![]() Cooper - Leen Hannes |
Het belangrijkste kenmerk van de Welsh is wel zijn zeer in het oog springende halflange vacht met de aantrekkelijke witte en rode kleur. Een ware blikvanger tussen andere jachthonden. Het zijn middelgrote en gespierde honden. Ze zijn gebouwd op snelheid en uithoudingsvermogen. Er is nagenoeg geen verschil tussen het “jachttype” en het “showtype”. Wat de werkeigenschappen betreft, is de Welsh Springer te vergelijken met de Engelse Springer. |
| Oorsprong De Welsh Springer Spaniël vindt zijn oorsprong in Groot-Brittannië, namelijk in Wales. In de 19de eeuw werd gefokt en gejaagd met de voornamelijk wit- rode Springer Spaniël door de familie Williams van Ynys-Y-Gwyn, in de Neath vallei. Meneer A.T. Williams heeft ervoor gezorgd dat de Welsh Springer Spaniël in 1902 erkend werd door de British Kennel Club als een aparte variëteit, tot die tijd werd dit eeuwenoude ras de “Welsh Cocker” genoemd. De Welsh werd oorspronkelijk gefokt als hulp bij de jacht op waterwild. |
![]() Falcor - Zita en Michael |
![]() Lentewandeling in Domburg van Gentle and Welsh |
Sociale omgang Welsh Springers zijn vrolijke, vriendelijke honden. Ze zijn ook ontzettend nieuwsgierig. Daar ze zacht van aard zijn, zal een harde hand verkeerd uitpakken. Het zijn grote kindervrienden en zijn gek op stoeipartijen. De Welsh is ook gevoelig voor stemmingen, hij leeft als het ware mee met het gezin. Hij zal bezoek al kwispelend begroeten. De Welsh is een echt gezelligheidsdier, een ideale huishond. De hond heeft wel ten minste één keer per dag een fikse wandeling nodig en regelmatig een renpartij, anders doet men de Welsh te kort en zal het een nerveuze, onwillige hond worden. |